Wat “zien” ik ? 156

Door Staf Knop

Op de eerste Franstalige zender zag ik het programma “Belmondo par Belmondo” en plots kwam ik tot de vaststelling dat ik ooit een boek had moeten plegen over de Franse film. Ik had er nu al wel eentje geschreven over Hollywood, maar toen ik al die Franse acteurs voor mijn neus zag defileren besefte ik mijn vergetelheid. Ik heb ze nagenoeg allemaal persoonlijk gekend, misschien wel te goed om er over te schrijven. Mijn kennismaking met Jean Paul Belmondo was maar oppervlakkig, maar toen Claude Brasseur op het scherm verscheen herinnerde ik me de dag dat zijn vader, Pierre Brasseur, mij zijn zoon voorstelde als “le petit” in zijn eerste toneelrolletje. Ik zag ook Pierre Vernier, die een belangrijke rol speelde in “Ma Conscience et Moi”, mijn komedie die in Parijs op de affiche stond van het “Théâtre La Bruyère” in 1964.  Pierre Vernier is altijd een vriend gebleven. Enkele jaren later nodigde hij me uit (hij was de ster geweest in “Rocambole”) in het Hotel de Paris in Monte Carlo, waar we samen zouden eten in het gezelschap van Martine Carol (Caroline Chérie) en haar Amerikaanse echtgenoot. Omstreeks 10 u.30 begaf de beroemde Martine Carol zich naar haar kamer, terwijl haar echtgenoot nog een afspraak had in Nice. Kort na elf uur kwam iemand van de directie ons melden dat Martine Carol zelfmoord had gepleegd. En ook dàt was een stuk van de Franse filmgeschiedenis. En natuurlijk zag ik ook Jean Gabin in gezelschap van de bekende scenarist, Michel Audiard. Audiard was zowat mijn leermeester. Zijn meesterschap in het schrijven van de dialoog was bekend. Met Jean Gabin ging ik eten in “Le Fouquets” in Parijs, dat hij als zijn stamrestaurant beschouwde. Ach kom, het is nu te laat, maar ik betreur waarachtig dat boek van de Franse film niet te hebben geschreven. Ik hield zoveel van dat leger aan Franse acteurs, zoals ik hield van al die Vlaamse “komedianten” uit mijn tijd.

“De sneeuw valt met bakken uit de lucht in de Alpen”. Dat zinnetje heeft men in de media de jongste tijd kunnen aantreffen, om er aan toe te voegen dat er dit jaar bij het skiën meer ongelukken gebeuren dan vorig jaar. Omdat het slechte sneeuw is die uit de hemel valt! Verdomme, mensen, ik moet nog veel leren. Ik wist inderdaad niet dat er goede en slechte sneeuw bestond. In de loop van mijn leven kreeg ik nooit de kans om te leren skiën en heb ik de sneeuw die voor mijn deur neerviel nooit goed bekeken. Misschien zou het me opgevallen zijn. Ik had al wel eens horen spreken van “zwarte sneeuw”, maar die kwam nooit in de kranten omdat diegenen die er kennis mee maakten geen been braken, maar er doodeenvoudig groen gingen uitzien. Het is me wel eens gebeurd dat ik die “zwarte sneeuw” op mij zag afkomen uit de hemel. Gelukkig kon ik mijn scherm openen nog voor hij de grond bereikte. Dat was een opluchting. Met “slechte sneeuw” is dat niet mogelijk en is er maar één mogelijkheid: je poten breken!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s