Wat “zien” ik ? 137

Door Staf Knop

Ooit was Brussel de meest leefbare stad ter wereld of alleszins de leukste. Op een oppervlakte van één vierkante kilometer, van het Noord naar de Beurs, trof je twintig cinema’s aan, tien brasseries waar een big band ten dans speelde, zeven theaters, een ontelbaar aantal gewone cafés en snacks, met tenslotte duizenden mooie meiden om de straten te bevolken. Nu komt Brussel niet eens meer voor in de lijst van de twintig beste leefbare steden in 2015. Bovenaan staat Melbourne (Australië).

Mij kan het niet schelen welke steden er nu op die lijst staan, maar indien Brussel er niet op voorkomt, waarom wil de rest van de wereld hier dan verdomme bij ons zijn. Er leven in Brussel 156 verschillende nationaliteiten. Duw hen die lijst eens onder de neus. Vooral…in Brussel zijn die twintig cinema’s er niet meer, die brasseries met een big band ook niet en die mooie meiden…Kom jongens, mij moet je geen rad voor de ogen draaien, al die mooie meiden waren als zusjes voor mij. Die zijn er niet meer en ik ook niet. Maar is Brussel er nog wel?

Mensen die in Vlaanderen wonen voelen zich het gelukkigst in de provincie West Vlaanderen. Zo stond het in de kranten en het was niet moeilijk om zich daarbij allerlei vragen te stellen. Ik ben echter onmiddellijk op onderzoek gegaan en bezocht vooral de streek rond het “wereldberoemde” dorpje Damme, waar ooit Uilenspiegel leefde. Op zich is dat al een referentie. Maar het gevoel dat ik in die omgeving van Damme opdeed en ondanks het feit dat ik dat “vlakke land” dikwijls doorkruiste met Jacques Brel, was ongelooflijk. Ik ontdekte plekjes waar ik nooit eerder was. Een ritje langs die befaamde en zo dikwijls geschilderde kanalen, onder een blakend zonnetje, doet je hopen dat het nooit zou eindigen. De hier en daar neer geplante witgekalkte huisjes geven je inderdaad het gevoel dat er mensen wonen, die alleen maar gelukkig kunnen zijn. Is dat dan zo typisch voor West Vlaanderen en kan dat elders niet? Waarschijnlijk wel. Maar die twee gelijklopende kanalen tussen hoge bomen zo groen als mijn hart, zijn nergens anders te vinden. Nadat ik op de koop toe mijn geluk en verbazing ging verstevigen met een gebakken piepkuikentje en een biertje van de streek, wist ik het: hier wonen inderdaad de gelukkigste mensen!

De Vlaamse Automobilisten Bond heeft het nodig geacht om aan 2.000 chauffeurs te vragen hoe ze de Belgische autosnelwegen vonden, in vergelijking met het buitenland en voornamelijk met Nederland. Gelijk welke chauffeur die met zijn wagentje de grens met Nederland oversteekt, moet onvermijdelijk ervaren dat elke vergelijking met de Belgische wegen uit den boze is. In Nederland is het als rijden op het tapijt van een biljart, zelfs op de kleinste binnenwegen, terwijl men in België als op een aardappelveld gaat rijden. En dan is er nog wat. Op die Nederlandse wegen treft men geen vuiltje aan, wat men zich in België zelfs niet kan inbeelden. Hoe is dat mogelijk? Het probleem stelt zich al jaren. Eén ding weet ik zeker: een Belg is geen Nederlander. Wat het verschil tussen beiden uitmaakt zou ik hier niet kunnen samenvatten, ofschoon ik in het verleden veel te maken had met Nederlanders. De minister van Mobiliteit zal het echter niet kunnen oplossen.

Ik heb me onnozel gekeken naar die atletiekkampioenschappen in Beijing. Nu ben ik nooit een groot sportliefhebber geweest, maar ik heb altijd wel interesse getoond voor wat mijn landgenoten in deze sector presteerden. Mijn voorkeur ging steeds naar het tennis, ofschoon ik de andere sporten niet negeerde. Bovendien hebben wij in zowat alle sporten “kunnen meepraten”. Dat lijkt me nu niet meer het geval, tenzij ergens de uitzondering. Tijdens die atletiekkampioenschappen zag ik alleen maar kleurlingen aan de eindmeet. Om te geloven dat die mensen een paar longen meer hebben dan wij. Hoe dan ook, leken die van de gebroeders Borlée veel te klein. Het belet niet dat ik hun prestatie respecteer. Een Tia Hellebaut is er ook al niet meer, om nog maar te zwijgen van Kim Clijsters en Justine Henin. Die twee meisjes hebben ons veel plezier bezorgd. In een ver verleden konden we ook rekenen op enkele wielrenners om ons dat plezier te bezorgen. Er was de tijd van Eddy Merckx, maar ik heb ook de tijd gekend van Poeske Scherens en later ook van Lucien Van Impe, van Briek Schotte en nog dichter bij van Johan Museeuw. Ik had er allemaal niks mee te maken, maar ik bewonderde die mannen die iets konden waaraan ik nooit zou kunnen nippen. Daarom vind ik het spijtig dat ons eskadron aan sportkampioenen zo miniem is geworden. Ik moet me tevreden stellen met Greg Van Aevermaat, met Philippe Gilbert en papa Tom Boonen. Echte winnaars zijn er niet meer en wanneer ze dan hun baard laten groeien om er als Jezus Christus uit te zien, is het helemaal niet meer te genieten.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s