Wat “zien” ik ? 124

Door Staf Knop

Na enkele jaren van tanende sterren en vele rotfilms zit het weer helemaal snor met het hype filmfestival van Cannes. Ik heb de tijd gekend van glitter en glorie aan de Franse Croisette, dat in een tranendal veranderde toen Alain Delon geen koppel meer vormde met Romy Schneider en Brigitte Bardot de gemoederen zwaar op de proef stelde. En toen plots…was er Mei 1968 en Jean Luc Godard die dacht op de barricades te moeten springen. Dit werd “La Nouvelle Vague” en het werd niks. Of liever, Vadim ontdekte Jane Fonda, die op haar beurt wist waar Vietnam lag. Ach kom, het was een mooie tijd, mijn tijd. Het is nu een andere tijd, die van Matthias Schoenaerts. Spijtig dat zijn vader dat niet heeft mogen meemaken. Een Vlaming die God werd in Frankrijk. Het klinkt als de grootste klok in Rome, maar te oordelen naar wat anderen er over schrijven kan het feest voor Matthias niet meer op. En ik heb spijt…want ik ben er niet meer bij. Ook niet om er mijn pen over te scherpen. Ik ben als het ware geboren met de pen in de hand en het is mijn wens om er ook mee te sterven. Maar nu niet. Nog niet. Het is te vroeg. Ja, ik weet het, het is altijd te vroeg. En ik zal Cannes altijd blijven missen, zoals ik in mijn rijkgevulde leven nog vele andere dingen zal blijven missen. Dikwijls heb ik me afgevraagd welke gebeurtenis mij het sterkst is bijgebleven en het meeste indruk heeft nagelaten. Dat was de creatie van mijn toneelstuk “Mijn Geweten en Ik” in de Antwerpse Koninklijke Nederlandse Schouwburg in 1960. Het had zo zijn redenen, maar de bijzonderste was wel het feit dat de zaal vol zat met mensen die dachten “dat die dierentemmer zou opgepeuzeld worden door de leeuwen”, maar die er triomfantelijk uitkwam. Tot in de hele wereld zelfs.

Ondertussen kennen we de uitslag van het filmfestival van Cannes en heeft de Franse regisseur Jacques Audiard de gouden palm in de wacht gesleept met “Dheepan”, een film over het lot van de vluchtelingen die in de voorsteden van Parijs belanden. Jacques Audiard was ook de regisseur van “De rouille et d’os”, een film waarin Matthias Schoenaerts de hoofdrol vertolkte en die ik maar matig vond. Of dat anders ligt met “Dheepan” weet ik niet, maar ik vind al enkele jaren de gouden palm van Cannes geen garantie meer om storm voor te lopen. Het blijft weliswaar het grootste filmfestival en een eer om er de gouden palm weg te kapen, maar dat is ook zo met het Eurovisie Songfestival. Wie daar wint mag zich gelukkig achten, maar het betekent niet dat het winnende nummer een wereldhit wordt.

De Nationale Coalitie tegen Tabak vindt dat België te weinig doet om het roken te ontmoedigen. In andere landen zouden ze dat beter doen. De roltabak zou moeten duurder worden en er moet ook minder reclame zijn en de coalitie wil ook neutrale pakjes invoeren. Dit voorstel lijkt mij te naïef om resultaat mee te boeken. We weten ondertussen allemaal dat roken niet gezond is en dat het afleren ervan niet eenvoudig is. Er was een tijd dat ik twee pakjes per dag in de lucht uitblies. Van de ene dag op de andere ben ik er mee gestopt. Dat is inderdaad niet simpel, maar het moet kunnen. Wie dat niet kan moet een sterke reden worden gegeven om het wèl te kunnen. Roltabak duurder maken? Belachelijk! Wie iets vraagt moet ook iets aanbieden. Dat zou men in Vlaanderen moeten leren. En liefst beginnen met het aanbod en dan de vraag. Niet omgekeerd. Toen ik destijds een bepaalde persoon naar Knokke wilde halen begon ik altijd met te zeggen hoeveel er aan de klink hing. Dat pakte altijd. Het is uiteraard anders met rokers te ontmoedigen door ze geld aan te bieden. En daarom zijn er in gelijk welke maatschappelijke tak van de samenleving creatievelingen nodig, mensen met ideeën. Iets waarvoor men in Vlaanderen niet wil betalen. Ook om iemand af te raden om nog verder te blijven roken bestaat er een idee. Zoek het.

Toevallig bleef ik haken op het programma “Café Corsari”,terwijl ik dacht dat het van het scherm verdwenen was. Maar nee, het is er nog steeds en nog altijd met dezelfde koppen. Bent Van Looy is er nog steeds onmisbaar en weet nog altijd niks te vertellen. Dan zag ik daar twee kerels met de klassieke baard, die de strijders van ginderachter tekent. Het waren echter gewoon Koen De Graeve en Gunther Lesage, die het hadden over iets dat ze spelen maar waarover ze niks weten. Toen kreeg ik Thomas De Soete in de gaten, ook met die baard. Echter zonder luizen. Gelukkig zat Katja Retsin daar ook, zonder baard. Nee, ik ben zeker geen kandidaat om in “Café Corsari” over niks te gaan lullen. Laat staan dat ze me zouden vragen om mijn baard te laten groeien.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s