Wat “zien” ik ? 112

Door Staf Knop

Dat de televisie je soms als met een toverstokje terug kan voeren naar je kindertijd, is al eerder gebleken. Het overkwam me vorige zaterdag toen ik per toeval bij VTM op de film “De Drie Musketiers” viel en me plots herinnerde hoe dikwijls ik die drie musketiers al aan het werk had gezien. Ik geloof waarachtig dat ik er mee geboren ben, want toen ik als knaap ten tijde van de stomme film de eerste verfilmde versie zag met Douglas Fairbanks, zou de vertolking van Doug me altijd bijblijven. Ik geloof trouwens dat het boek van Alexandre Dumas meer gelezen is in de wereld dan de bijbel. Ik ken ook geen boek dat meer verfilmd is dan “De Drie Musketiers” en ik ken geen verfilming van het boek die beter is dan die met Douglas Fairbanks als D’Artagnan. Fairbanks was de lenigste en de elegantste en was ook getrouwd Mary Pickford, “de verloofde van Amerika”. Die kerel zou zelfs op de catwalk van een of ander groot couturehuis hebben uitgeblonken. Douglas Fairbanks werd nooit overtroffen, niet als D’Artagnan, niet als Zorro en ook niet als Robin Hood, ofschoon Erroll Flynn geen slechte Robin Hood was. En dat de roman van Alexandre Dumas de jeugd in de hele wereld heeft laten dromen, is voor mij een vaststaand feit. Al voor de Tweede Wereldoorlog werd het boek in dagelijkse afleveringen afgedrukt in de grootste kranten ter wereld, de New York Times inbegrepen. Een paar jaar geleden greep de New York Times naar het systeem van de dagelijkse aflevering terug. De vertalingen van het boek zijn niet meer te tellen en de verfilmingen al evenmin, ook al heeft Alexandre Dumas zich daarbij ontelbare keren omgekeerd in zijn graf. Eigenlijk is er een boek te schrijven over het ontstaan en het “leven” van de roman “De Drie Musketiers”, in mijn ogen het meesterwerk aller tijden. Waarom? Omdat dit niet alleen “het boek dat men nooit neerlegt” is, maar omdat men er meteen ook kennis maakt met een belangrijk stuk uit de geschiedenis van Frankrijk. En geloof mij: D’Artagnan heeft wel degelijk bestaan.

Moest je er soms aan denken om een poetsvrouw in huis te nemen met dienstcheques, vergeet dan niet dat je niet mag kiezen. Het is je niet geraden om een voorkeur uit te spreken, of je bent een racist… Over de koning en de koningin mag je alles uitkramen wat je maar wilt, maar niet over een poetsvrouw. Omdat je ze betaalt met dienstcheques. De koning en de koningin betaal je met dikke poen. Pas op, voor minder dan drie dienstcheques per keer komt die poetsvrouw niet. Ik moet trouwens eerlijk bekennen dat ik niet begrijp waarover ze bezig zijn. Racist zijn we toch allemaal, met of zonder poetsvrouw. Ik heb trouwens ook een poetsvrouw met dienstcheques. Al vijf jaar. Die komt binnen en zegt: “Hallo”. Verder doet ze haar werk zonder ooit een woord te zeggen. Wanneer ze weg gaat zegt ze “Daag”. Mijn poetsvrouw is een parel. En ik vraag me af of er nu echt geen andere problemen zijn om op te lossen.

Volgens het financieel magazine Forbes is Bill Gates, co-stichter van Microsoft, alweer de rijkste man ter wereld. Met een kapitaal van 79,2 miljard dollar staat hij als eerste op de lijst en heeft hij alweer recht op een roomtaart. Een nieuwigheid op deze lijst is het verschijnen van de Vlaming, Marc Coucke op de 1.415 -de plaats met 1,3 miljard dollar. Mij zou het vooral interesseren om te vernemen wat deze mensen met hun geld zoal doen. Van Marc Coucke weten we nu al dat hij wil investeren in appartementen, ofschoon ik zou hopen dat hij ook iets zou realiseren in de sector “cultuur”. En voetbal heeft daar niks mee te maken. Wat Bill Gates doet met zijn geld is lovenswaardig. De “Bill & Melinda Gates Foundation” is de grootste liefdadigheidsinstelling ter wereld. Jaarlijks geven ze miljarden voor de bestrijding van polio en malaria. Het echtpaar en hun stichting is een voorbeeld van wat men met zoveel geld ook werkelijk kan doen. Ze zouden ondertussen al ongeveer 6 miljoen levens hebben gered. Kan je nog een mooier doel hebben in het leven?

De reportage-serie “Heylen en de Herkomst” groeit zo stilaan uit tot een pareltje op televisie. Deze keer trok Martin naar Congo, waar de roots liggen van Leki, alias Karoline Kamosi, zangeres en presentatrice. Dat meisje was mij totaal onbekend, maar wat ze daar in Congo wist te vertellen aan die mensen, die haar met open armen ontvingen, was geen dwaze praat. Ze wees er hen op dat het geen zin had om zich verlangend dood te staren op het Westen en dat hun geluk lag bij het bewaren van hun tradities. Bovendien is die Keli al jaren bezig aan het bouwen van een ziekenhuis diep in de brousse. Ik heb met grote bewondering voor Karoline Kamosi naar dat programma gekeken.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s