Wat “zien” ik ? 84

Door Staf Knop

Mocht ik geweten hebben dat de stad Brussel over een chef protocol beschikte zou ik het er al eens eerder over gehad hebben. Nu blijkt die man een diplomatieke rel te hebben ontketend omdat hij de sluier afrukte van een prinses uit Qatar. Toen hij in de nabijheid van de Grote Markt drie vrouwen kruiste gehuld in een nikab (een sluier die het gehele gezicht bedekt en alleen de ogen vrij laat), vroeg er eentje in het Engels de weg naar de Grote Markt. “Ik spreek niet met vrouwen van wie ik het gezicht niet zie”, zei hij en meteen rukte hij de sluier van haar gezicht. Bleek dat toch wel een prinses uit “duizend en één nacht” te zijn zeker. Dat zo’n sluier in ons land verboden is, was zijn eerste gedachte. Helaas, rukte hij niet alleen haar sluier af, maar ook een oorbel en een stuk van haar oor. Dat moet een geweldige tegenvaller geweest zijn, want het arme wicht deed haar beklag bij de ambassadeur van haar land. En op de koop toe was dat toevallig ook een goede vriend van de chef protocol. Ik weet niet, maar ik vind dat een fantastisch begin voor een schitterende film. Soms vind ik het spijtig geen cineast te zijn, wanneer de thema’s zo voor het grijpen zijn. Mijn eerste gedachte gaat daarbij naar die twee mannen van “Studio 100”, het productiehuis achter Plopsaland, dat de hoogste rendabiliteit ooit zou hebben bereikt. Het is niet de eerste keer dat ik hier mijn verbazing uitdruk over het feit dat die twee succesrijke kerels, Gert Verhulst en Hans Bourlon, nog niet uitpakten met een grote filmproductie. Ik ken geen van beiden persoonlijk, maar te oordelen naar wat zij tot nog toe hebben gerealiseerd, vermoed ik dat ze de Vlaamse Spielbergs kunnen genoemd worden. Ze denken niet bekrompen en moeten in staat zijn om de Vlaamse film naar een hoog peil te leiden. Ik ben er van overtuigd dat het moment vlakbij is waarop ze zichzelf gaan ontdekken.

“TV5 Monde” is zo een van die zenders waar je op valt wanneer je geërgerd en hopeloos begint te zappen, op zoek naar het programma waarmee je de koffer inkruipt. Mijn ogen gingen het begeven toen ik op die bewuste zender plots klaarwakker werd en naar een titel keek, die me naar een wereld leidde die eens de mijne was geweest. “Il est minuit, Paris s’éveille” en onmiddellijk drong het tot me door dat ik de hele waslijst zou te zien krijgen van allen, die me ooit lieten dromen van de liefde met een hoofdletter. Al vroeg na de bevrijding was ik een trouwe gast in de kelders van Saint Germain des Prés, waar Boris Vian de danslustigen in vervoering bracht, maar waar de hele ribambel (zoek dat woord niet in de Van Dale) van de dichter-zangers alle nachtridders naar bed dreven met aan hun zijde hun uitverkoren Assepoester: Mouloudji, Georges Brassens, Aznavour, Juliette Gréco, Cora Vaucaire, Barbara, Yves Montand, Edith Piaf, Charles Trenet, Philippe Clay, Serge Gainsbourg, Pierre Perret, Michèle Arnaud en Henri Salvador. Ik zou er nog zo twintig kunnen noemen en ik vergat mijn kameraden Jacques Brel en Eddie Constantine. Allemaal waren ze uit liefde geboren en bezongen ze hun stad, waardoor ze onvergetelijk werden. Het jaar 1968 zette echter een punt achter deze wereld van “het chanson”, om plaats te maken voor…ja, voor wat? Men hoeft het mij niet te vragen want zelfs de wolk van sigarettenrook in de kelders van Saint Germain des Prés is er vandaag niet meer bij. We leven in een andere tijd en ik begrijp dat de jonge generatie naar andere oorden van liefde en muziek verlangt, maar ik kan niet beletten dat ik het blijf betreuren dat deze jonge mensen mijn kleine wereld hebben gemist.

Dat we in een gevaarlijke maar ook in een gekke wereld leven weten we ondertussen wel allemaal. Dat de ene helft van de aardbol bevolkt is door gekken en de andere helft door minder gekken, is minder geweten. En dat de ene gek een gevaar inhoudt voor de andere is al helemaal niet geweten. Dat komt omdat de ware gekken meestal behoren tot de gespleten persoonlijkheden en het niet zo opvallend is. Alleen hun daden vormen een teken aan de wand. Zo heb ik me destijds afgevraagd waarom de naam van de Belgische Radio en Televisie (BRT) zo plots moest veranderen in Vlaamse Radio en Televisie (VRT). Dat heeft alleen een dik pak geld gekost, alleen al om al het bestaand briefpapier weg te gooien en het nieuwe te laten drukken. Het is voor niemand een les geweest. Nu heeft één man in Nederland beslist om de naam van Ned.1 (radio en televisie) te veranderen in NPO 1 (Nederlandse Postduivenhouders Organisatie), ondanks een storm van protest. Ik weet niet hoe jullie daarover denken, maar ik heb er mijn bedenkingen bij. Zo las ik onlangs in de krant dat er in Europa nooit sprake kan zijn van Ebola, het onverbiddelijke virus. Vandaag wordt in alle ziekenhuizen hier alarm geblazen en zou er in Oostende iemand in quarantaine geplaatst zijn.

Slechts één man wilde ons laten geloven wat hij zelf niet wilde geloven. Net zoals Kris Peeters ons deed geloven dat hij nooit premier wilde worden.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s