Wat “zien” ik? 61

Door Staf Knop

Dat er in deze wereld al vreemde dingen zijn gebeurd zal geen mens betwijfelen. Maar dat een vliegtuig met twaalf bemanningsleden en 227 passagiers zomaar verdwijnt alsof het in lucht is opgegaan, is onvoorstelbaar. Het gebeurde nochtans met een Boeing 777 van Malaysia Airlines die van Kuala Lumpur naar Peking vloog en plots van het radarscherm verdween boven de Zuid-Chinese zee. Nu herinner ik me wel dat de onvergetelijke orkestleider Glenn Miller met zijn eendekkertje boven het kanaal verdween in 1943 en waarvan nooit enig spoor werd gevonden, maar een Boeing met 227 passagiers aan boord lijkt mij als de stier bij de horens vatten en hem in een oogwenk opvreten. Een ontelbaar aantal landen waaronder de Amerikanen zoeken naar de reden van het verdwijnen en naar gebeurlijke overblijfselen in de zee, maar niks. Ze hebben destijds Sadam Hoessein gevonden in zijn konijnenpijp en Bin Laden gevolgd in alle mogelijke spelonken waarin hij rondkroop met een klein kanon in zijn handen, maar een Boeing bijna zo groot als een dorp, vinden ze niet. En het gaat er bij mij niet in dat er niets van dat vliegtuig zou bovendrijven in het geval dat het in zee verdween. Mocht het anderzijds om een kaping gaan of een terreurdaad, is het niet mogelijk om het naar een plek te vliegen waar het ongemerkt kan landen. Nu kijkt de hele wereld uit naar het einde van dit verhaal, dat de herinnering oproept aan de fantastische verhalen over de Bermuda-driehoek waarin zelfs schepen verdwenen bijna zo groot als de Titanic. Niets kon ons nog verbazen, maar indien Maleisië op zich al tot de verbeelding spreekt, werd de hoofdvogel  deze keer hoog in de lucht afgeschoten.

Sommige Vlaamse filmmakers zijn aan een droevige ervaring toe dezer dagen, omdat hun films floppen. Dat is het geval voor “Witse”, naar de TV-serie, ook voor “Halfweg” en niet minder voor “De Behandeling”. Geen kat gaat er naar kijken, terwijl “Marina” bovenaan prijkt met 500.000 toeschouwers. Vanzelfsprekend vraagt men zich af waarom de ene film het doet en de andere niet. Het ligt in geen geval aan de acteurs, maar ook zij zullen het resultaat betreuren. En wie weet hoezeer ik met de film begaan ben zal begrijpen dat ook ik er niet kan om lachen. Vooral niet omdat ik hier al herhaaldelijk heb gewezen op de eerste zorg voor een film: het verhaal. Het publiek heeft  een neus voor dat soort zaken. Wanneer een film goed of slecht is hoeft men naar geen andere redenen te zoeken. Het verhaal is primordiaal. Wanneer men mij komt vertellen dat Van Groeningen een film gaat draaien over een cafeetje in Gent, dan weet ik bij voorbaat dat hij het kan schudden. De “Lucky Punch” is voorbij. En geloven of niet, er komt wel wat ervaring bij kijken om uit te vissen wanneer een filmverhaal geslaagd is of niet. En nee, met pretentie heeft dat niets te maken.

En dat er in het filmbedrijf niet alleen in Vlaanderen problemen rijzen, bewijst het feit dat Hollywood het op zijn kop krijgt door de filmactrices, die er over klagen dat er te weinig belangrijke vrouwelijke filmrollen worden geschreven. Daar is iets van aan, maar in mijn bijna eeuwige ervaring met film heb ik het nooit anders geweten en ontstonden er al problemen ten tijde van Gloria Swanson en Greta Garbo. Voor Greta Garbo kroop men dan uit de gracht met “Mata Hari”of “Marie Walewska” tot men er ook “Ninotchka” aan toevoegde, en dat was de verfilming van een toneelstuk. Maar het lukte…omdat er in die jaren cineasten waren die wat van de geschiedenis kenden. En in dat verband keer ik nog eens terug naar Vlaanderen, waar ik als herinnering aan de “Grote Oorlog” zou gedacht hebben aan Gabrielle Petit en haar leven als spionne. Het zou alleszins andere kaas geweest zijn als “In Vlaamse Velden”.

Mijn leeftijdsgenoot, mijn stadsgenoot en mijn dikke vriend, Toots Thielemans, stopt met optreden. Begrijpelijk. Toots is een monument in de internationale wereld van de jazzmuziek. Er was een tijd toen we als twee Brusselse ketjes in de wijk van de rue des Bouchers, het veld gingen voorbereiden voor die andere ket, Jacques Brel. Later zocht Toots me op en toonde hij fier als een gieter, een brief van Quinci Jones, met wie hij Frank Sinatra begeleidde bij een plaatopname, en die hem nu de uitnodiging stuurde voor een weekendje in Parijs op zijn kosten. Toots noemde mij “Staafke” en nu zijn we beiden 92. Onze geboortestad is niet meer wat ze is geweest en er ontbreken ook enkele standbeelden van kerels die de stad op de kaart hebben gezet, maar die op het veld van de vergetelheid zijn gesneuveld. Toots heeft ze allemaal gekend. En ik ook. En of de tijd de wonden heelt? Nonsens!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s