Wat “Zien” ik ? 23

Door Staf Knop

Als overlevende Brusselaar werd me herhaaldelijk gevraagd hoe het er aan toeging in het Brussel van voor de Tweede Wereldoorlog. Bondig samengevat kan ik daarover een tipje van de sluier oplichten in volgend stukje.

 

BRUSSEL, DE GROTE STAD DIE KLEINER WERD

 

Twintig tavernes waarin dagelijks een veertienkoppige Big Band de verbruikers ten dans uitnodigde, evenveel cinema’s die de jongste Hollywoodproducties aanvoerden en waaronder zelfs een paar waar nog uitsluitend stomme films werden vertoond, minstens dertig eettenten, plus op elke hoek van de straat een karretje met gebakken worst, warme kastanjes en “escargots”. Het was er allemaal tussen “de Nord” en de Beurs, een plek van amper vier vierkante kilometer en die alleen te Brussel te vinden was. Nergens ter wereld bestond er een stadscentrum even klein maar met de eet-en ontspanningsmogelijkheden van een wereldstad. Niet in Parijs, niet in Londen en niet in New York. Brussel was de grootste stad ter wereld en waar de geur van friet en gebakken vlees immer de lucht verheerlijkte.

We schreven 1935 en in de rand van Brussel ontspon zich een wereldtentoonstelling, waarvan de oppervlakte nagenoeg even groot was als het stadscentrum met een bijzondere aandacht voor “Oud België”, waarvan Gustave Libeau de grote ster was. Deze tentoonstelling zou alle volkeren ter wereld naar Brussel lokken. Op dezelfde plek zou er in 1958 opnieuw een wereldtentoonstelling komen, waarbij ik mocht kennismaken met de beroemdste Amerikaanse filmacteurs. Ik liet Barbara Stanwyck met haar toenmalige echtgenoot, Robert Taylor, met “mijn” stad kennis maken, maar ook Joan Crawford en Franchot Tone en vele anderen, onder wie Susan Strasberg. In 1935 gingen mijn dromen echter naar Douglas Fairbanks, Charlie Chaplin, naar Clara Bow en Vilma Banky, de grote sterren van de stomme film. Met hen was ik opgegroeid, samen met Tom Mix en Rudolf Valentino. Brussel had ze me allemaal op een bordje aangeboden.

Ik werd er geboren op een plek waar men enkele jaren later de grootste basiliek in Europa zou bouwen, terwijl ik stil de hoop koesterde dat het de grootste cinema zou zijn. De ontgoocheling was groot want het werd zelfs niet de schoonste basiliek. Ik hield me maar bij mijn Brussel, de stad die ik in mijn hart droeg en die mij onderdompelde in de muziek van Fud Candrix, Eddie De Latte, Jean Omer, Robert De Kers, Stan Brenders, Yvon De Bie, John Ouwerx, Jef De Boeck, en de stem van May Dale, Lise Coliny, Lydia Remy en Tohama. Hun namen staan in mijn geheugen gebeiteld.

Het hart van het Brusselse stadscentrum was de Nieuwstraat, waar men geen vijf stappen kon zetten zonder een cinema aan te treffen. Ze kregen allemaal een bijzondere stempel omwille van de films die er werden vertoond. Wie een knetterende gangsterfilm wilde zien met George Raft of Edward G.Robinson en James Cagney niet wilde vergeten, trok naar de Palladium. Voor een pikante prent moest men in de Trianon zijn, waar men over loges beschikte en men de uitverkoren gezellin ook kon laten genieten van wat er op het doek te zien was. De grote muzikale films vond men in de Metropole, waar bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940, nog boven de ingang de foto’s prijkten van Jeannette MacDonald en Maurice Chevalier in “The Merry Widow”, of “De lustige Weduwe” van Franz Lehar en een film van Ernst Lubitsch, voor wie ik de grootste bewondering zou blijven koesteren.Voor de Franse films ging men naar de Marivaux, maar er waren nog de Scala, de Cameo, de Cigale, de Roxy, de Lutetia en vele andere. En zou ik schouwburgen vergeten? Wel nee, want ik kende ze als geen ander: de Luna, De K.V.S., de Alhambra, De Gaité, de Galeries, het Théâtre de la Bourse en de Vaudeville, waar Jean Jacques triomfen oogstte. Ze hadden allemaal hun sterren: Johan Heesters en Wieske Geys, Jef Van Outryve en Jet Cabannier, Ritche en Festerat, Gustave Libeau en Marcel Roels, Simonne Max en Darman. De Folies Bergère kwam er wat later bij met Jan Immers en Esther Deltenre.

Die Tweede Wereldoorlog betekende de moord op mijn grote stad en zou ze achterlaten als een dorp zonder cinema’s, zonder Big Bands en zonder gebakken worsten. Het werd een kleine stad waar men nog alleen naartoe ging om wat voor de kleintjes te kopen, of om naar de resultaten te kijken van een woelige betoging. Ze puilde uit van de mobiele telefoons, het toestelletje dat geroepen was om de mensen dichter bij elkaar te brengen, maar dat de wereld kleiner maakte. Een of andere gek kreeg het in zijn hoofd om mijn stad hoofdstad van Europa te maken, een titel die haar op de wereldkaart zou zetten terwijl ze vroeger zo groot was als een strijkijzer, maar waar de wereld op bezoek kwam zonder eigenlijk te weten waar Brussel lag. Ik alleen wist het. Nu bestaat ze nog alleen…in mijn geheugen.

Advertisements

One thought on “Wat “Zien” ik ? 23

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s