Wat “zien” ik? 17

Door Staf Knop

Aan het jaar 1962 hield ik een herinnering over die ik graag wilde mededelen, omdat ze niet gewoon is. Dat jaar maakte ik als journalist deel uit van de jury voor de verkiezing van Miss Europa. De bewuste verkiezing waaraan zo’n twintig schoonheden deelnamen en reeds  in eigen land verkozen waren, had plaats in Beiroet, hoofdstad van Libanon, dat toen werd beschouwd als het Zwitserland van het Nabije Oosten. Echter niet omwille van de bergen, wel omwille van de Banken en het geld dat er verborgen lag. We zouden er twee weken verblijven in het gezelschap van de meisjes, kwestie van ze niet alleen te beoordelen op hun schoonheid.
We werden allemaal samen ondergebracht in het Carlton Hotel, een luxe hotel op de kust. Voor mij hield het hotel een aangename verrassing in, want de directeur was een Vlaming uit Blankenberge, Roger Braham. Al na een paar dagen waren we dikke vrienden. In zoverre dat Roger me op een avond om ongeveer middernacht voorstelde om een toertje te maken in de “Casbah” van Beiroet, een wijk waar je beter weg bleef. Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld en ik volgde Roger, die me meetroonde naar een nachtclub in de beruchte wijk. Wat ik daar te zien kreeg leek me onvoorstelbaar. De nachtclub zat volledig vol maar voor Roger vonden ze nog wel een tafeltje. Ik zag daar verder enkel maar oudere mannen. “Allemaal Sjeiks” zei Roger.
Op een bepaald moment werden er een tiental jonge Europese meisjes binnengeleid…en per opbod verkocht. Als journalist had ik al wel een en ander meegemaakt, maar dit leek me ongelooflijk. Zelfs in België hadden we al wel iets vernomen over een paar meisjes die op geheimzinnige wijze waren verdwenen, maar dergelijke handel in blanke slavinnen leek ons nog alleen in films voor te komen. Maar nee, hier gebeurde het echt.
Na mijn terugkeer in België vertelde ik mijn verhaal aan een vriend van de zedenpolitie. “We weten er van” zei hij en ik hoorde er nooit meer over.
Roger Braham bleef echter mijn vriend. Een paar jaren later verliet hij Libanon en werd hij directeur van het Hotel Brussel’s op de Louizalaan te Brussel. We zagen elkaar nog regelmatig, maar toen ik naar Knokke verhuisde verloren we elkaar uit het oog. Tot in de jaren zeventig ik werd verrast met een telefonische oproep van Roger, die me vertelde dat hij nu in Versailles woonde nabij Parijs. In de Franse hoofdstad was hij werkzaam bij de ambassade van Saudi Arabië. Toen ik hem vroeg wat hij daar uitvoerde kreeg ik te horen “dat hij spijkers en krammen opkocht en dat hij die verstuurde naar
Saudi Arabië. “Wat doen ze daarmee?” wilde ik weten. “Kan je dat niet raden?” riep Roger. Wapens naruurlijk!
Roger nodigde me uit om naar Parijs te komen en zou me dan een en ander vertellen. Zes weken later ging ik naar Franse hoofdstad en bij mijn aankomst belde ik naar Roger bij de ambassade van Saudi Arabië. Ik kreeg te horen “dat meneer Braham een week eerder was overleden”. Ik vernam nooit meer iets over mijn vriend Roger.
Ik ben jaloers van Paul Jambers. Niet omwille van de carrière die hij gemaakt heeft, ook niet omwille van wat hij bereikt heeft en ook niet omdat hij een boek geschreven heeft, maar wel om die vrouw van hem, Pascale Naessens. Het is niet alleen een schoonheid, maar wat een energie, wat een doorzettingsvermogen. En tenslotte zien ze er beiden uit als het gelukkigste paar ter wereld. Ik zal er altijd met bewondering naar blijven kijken, ofschoon ik wat de carrière betreft geen reden tot klagen heb. Mijn vrouw is echter ongeneeslijk ziek en dat vreet aan een mens. Misschien is dat de reden waarom ik zo bewonderend opkijk naar mensen die weten van aanpakken en die er gelukkig uitzien. Zo iemand lijkt me die Pascale Naessens, die al in 2006 verklaarde “dat ze moest lachen met de zogenaamde Belgische topmodellen. De jonge generatie Hannelore Knuts en Anouk Lepere, dat zijn topmodellen. Maar ik, of Phaedra Hoste en Tanja Dexters, wij hebben het nooit verder geschopt dan het 3 Suisses-niveau.”
Om met dergelijke zelfkennis te praten moet je haar op je tanden hebben. Ondertussen heeft Pasale Naessens bewezen dat te hebben, maar wil ik niet neerkijken op die 3 Suisses-meisjes. Zij vormen de parels aan de Vlaamse kroon en ik sta te kijken van het ondertussen gegroeide aantal TV-godinnen. En ik kijk ook met bewondering naar Koen Wouters en zijn vrouw, die mij ook niet als de eerste beste overkomt. Ik zei het al: ik zie graag gelukkige mensen.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s