Wat “zien” ik ? 14

door Staf Knop
Sportwedstrijden zijn nooit mijn ding geweest, wat niet wil zeggen dat ik bepaalde klassieke wielerwedstrijden nooit volg. Afgezien van de Ronde van Frankrijk zal ik maar zelden de Ronde van Vlaanderen missen en behoort ook de Amstel Gold Race tot mijn voorkeursklassiekers. Deze keer werden Philippe Gilbert en Peter Sagan als de grote favorieten getipt in de pers, maar het werd ene Roman Kreuziger. Ik meen te hebben begrepen dat er voor Philippe Gilbert te veel Vlaamse vlaggen bij de meet stonden en dat het hem niet zinde, ofschoon hij in de loop van de wedstrijd eigenlijk nooit te zien was. Op de beruchte Cauberg kwam hij een beetje uit zijn kot om vierde te worden, terwijl Peter Sagan zelfs niet bij de eerste tien was. Begrijpelijk, want op verre afstand had hij al in de gaten dat de bloemenmeisjes een paar lelijke wijven waren. Niet de moeite om op dat podium te staan, dacht Peter. Zo zien we maar dat koersen ook niet meer is wat het is geweest.
De opwarming van de aarde zou voor gevolg hebben dat wij nu in België het klimaat hebben van de Bourgogne honderd jaar geleden, zodat wij hier nu met grote klassewijnen zullen kunnen uitpakken.
Als dit strookt met de waarheid kan dat naar mijn bescheiden mening alleen maar gelden wat de grond betreft. Ofschoon we wat die klassewijnen aangaat nog moeten afwachten. Wat er boven op de grond aan de hand is lijkt mij niet precies een opwarming, want de jongste maanden steeg mijn aardgasfactuur naar het dubbele. Zeker niet omdat ik stikte in die opwarming. Het kan dan zijn dat er in de Noordpool om de haverklap een ijsberg smelt, maar ik heb een ogenblik gedacht dat die ijsberg hier aan het groeien was. En dan maar zeggen dat de wijn in België een topwijn wordt omwille van die opwarming. Wat willen we nu? Topwijnen en ondertussen bevriezen van de kou?
Er zullen minder insecten zijn deze zomer. Goed, maar als we volgende winter nog met dergelijke“opwarming” bedacht worden, zullen er volgend jaar ook veel minder mensen zijn.
Er is de jongste tijd nogal wat te doen omtrent een gebeurlijk aftreden van de Belgische koning Albert II. Het lijkt wel een modeverschijnsel te worden, want de Nederlandse Beatrix geeft ook de pijp aan maarten en de Britse Elizabeth kijkt de kat wat uit de boom, omdat haar normale opvolger, de Charel, al bijna met stokken gaat. Dan maar liever diens zoon, hoe heet die kerel ook weer die altijd rondhangt bij die fantastische Kate. Dat meisje zou nog eens een koningin zijn. Ze zou alleszins het bloed van de Britten opfrissen. Net zoals die Maxima in Nederland. En laten we het niet vergeten, wij Belgen hebben Mathilde die ze allemaal in de schaduw stelt. Ik heb het al gezegd, die Filip moet wat in zijn mars hebben om een exemplaar van het kaliber Mathilde te hebben gevonden. Die staan niet te wachten op elke hoek van de straat.
Ondertussen is het wachten op de beslissing van Albert II. Ik heb die jongen zijn eerste communie meegemaakt in 1941 op het paleis te Laken. Ik vermoedde toen niet dat hij zo’n knappe en uitstekende koning zou worden en nog veel minder dat ik zijn aftreden zou meemaken. Het zou me veeleer plezieren indien hij zich zou bezinnen en op de troon blijven. Wie hem ook zou opvolgen, het kan nooit iemand zijn met de intelligentie van Albert. Hij heeft dit land op meesterlijke wijze tot een blijvende eenheid geleid. Ik zal me nooit kunnen inbeelden wat het zou worden moest zijn plaats ooit ingenomen worden door een politieker.
Dezer dagen gaat de nieuwe verfilming van “The Great Gatsby” in première met Leonardo Di Caprio in de hoofdrol, die in een eerste versie door Robert Redford werd vertolkt. Ik heb altijd een zwak gehad voor de roman van Scott Fitzgerald, in zoverre dat ik tijdens mijn verantwoordelijkheid van de artistieke directie in het Knokse casino, een “Great Gatsby Party” inrichtte midden de jaren zeventig. De meeste mensen, mijn toenmalige baas Jacques Nellens incluis, kwamen me vragen wat ik daarmee bedoelde en wat het juist zou inhouden. Om te beginnen nam ik een vier uur durende band op met mijn eigen platen, muziek uit de twintiger jaren, en verzocht ik Lucien Delille, toen verantwoordelijk voor de gang van zaken in de keuken en het opdienend personeel, om te zorgen voor een buffet met veertig variëteiten van gerechten, een ruime keuze van nagerechten en champagne de reputatie van Gatsby waardig. Lucien Delille overtrof zichzelf want hij stak ook het opdienend personeel in de kledij van de Twenty’s. De verwachtingen waren zeer groot, maar het resultaat overtrof alles. Er werd storm gelopen voor “The Great Gatsby Party” en ik programmeerde ze nog zeker tien keer met overdonderend succes. Mijn opnameband heb ik weliswaar vervangen door het “Pasadena Roof Orchestra” en het werd nog erger, in zoverre dat er drie weken op voorhand geen plaats meer vrij was. Ik ben nu nog steeds Lucien Delille en zijn toenmalige ploeg dankbaar voor de hulp en het begrip.
En nu naar de film.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s